Tit Khun
de stijl
Tit Khun is een stijl die is samengesteld uit vijf sub-stijlen of 'stappen' en zes (van oorspronkelijk dertien) vormen. De vijf stappen heten achtereenvolgens tit khun ('recht boksen'), tit lohan tju ('de handen van de IJzeren Lohan'), siam ('ontwijken'), tang tjoa ('slangenspel') en pat kwa ('acht trigrammen'). Ze zijn, filosofisch gezien, gekoppeld aan  de Vijf Elementen-leer (zie HIER); praktisch gesproken gaan ze over de vijf bewegingsrichtingen, variërend van de rechte lijn en diverse zijwaartse richtingen naar bewegen in het centrum.
Je kunt HIER meer lezen over Tit Khun. Mocht je interesse hebben dan kun je HIER lezen over lestijden en HIER over de kosten. Voor contact met mij kun je HIER klikken.
Hoewel de training zich grotendeels concentreert rond het zich eigenmaken van vaardigheid in de vijf stappen heeft vormbeoefening een belangrijke toegevoegde waarde. Enerzijds onderwijzen de vormen natuurlijk de vloeiende lijnen volgens welke Tit Khun beweegt, ze trainen de specifieke power, enzovoorts; anderzijds heeft elk van de zes vormen een eigen 'verborgen' les:
Elk van deze stappen is conceptueel; dat wil zeggen dat er weliswaar een basisuitleg wordt gegeven in de trant van "dit is de beweging en dat doe je ermee", maar die beweging is een samenvatting van een grote diversiteit aan handelingen. Welke dat zouden kunnen zijn is afhankelijk van de creativiteit van zowel de leraar als de beoefenaar. Dit maakt de filosofie van Tit Khun, waarin 'tienduizend handelingen' kunnen worden samengebald tot slechts 'vijf elementen'.
Voorbeeld van een basale toepassing van de eerste stap, tit khun
Lo Seng (betekenis van de naam onbekend) onderwijst het continu uit balans houden van het zwaartepunt van de tegenstander door pressie, door te trekken, door de benen van de tegenstander voortdurend onderuit te schoppen, enzovoorts;
Meneer Tan met de opening van Lo Seng
No Mui ('de tweede deur'; het begrip 'deuren' verwijst naar de gevechtsafstands-indeling van eerste t/m derde deur) onderwijst het continu aanvallen op 'halve afstand', n.l. de elleboog van de tegenstander;
Kiu Liu ('negen richtingen') onderwijst het razendsnel wisselen van linker- naar rechterzijde en omgekeerd terwijl dwingend, en voorwaarts opdringend, contact met de tegenstander (jinbu) intact blijft;
Tju Tjong (wschl. 'zware handen') specialiseert de beoefenaar in het voortdurend dwingend en opdringend contact houden met de tegenstander d.m.v. 'zware handen';
Kwan Yin Tha Lian Hoa ('Guanyin slaat de waterlelie') onderricht het gebruik van het eigen gewicht in het geval dat de eigen arm gegrepen wordt;
Eng Tjun Khun No Mui ('de held hamert de tweede deur') legt zich speciaal toe op het krachtig bevrijden van de eigen elleboog en het tegelijkertijd aanvallen van de 'tweede deur', de elleboog dus, van de tegenstander.
De vormen worden eerst geleerd tot ze vloeiend en toch krachtig uitgevoerd kunnen worden; vervolgens worden de handelingen, concepten en ideeën door middel van partneroefeningen bestudeerd. De aangeleerde vaardigheden worden uiteindelijk geïncorporeerd in het eerder geleerde gevechtsspel.
Tit Khun leent zich niet voor grootschalige verspreiding. De trainingen zijn zwaar en 'saai' (in de zin van: "weinig variatie en veel, héél veel, herhaling"), het duurt járen voor iemand enige basisvaardigheid heeft opgebouwd en het onderwijs verloopt op individuele basis.
Tit Khun is zwaar voor de benen!
Een leraar moet zich daarvoor intensief richten op een beperkt aantal leerlingen. Vandaar uiteraard dat het altijd een familiestijl is geweest waarin kinderen de kunst van hun vader leerden. Zelf heb ik geen kinderen en daarom deel ik 'mijn' Tit Khun met iedereen die geïnteresseerd is in het leren van deze oude, mooie en efficiënte verdedigingskunst.